Microsoft Intune implementatie checklist: 50 punten die u vóór de uitrol moet controleren

Een Microsoft Intune-implementatie kan technisch snel worden gestart.

Een tenant is beschikbaar, apparaten kunnen worden enrolled en binnen korte tijd kunnen de eerste configuration profiles en applicaties worden uitgerold.

Maar dat betekent nog niet dat de omgeving klaar is voor productie.

De meeste problemen ontstaan niet doordat Microsoft Intune geen apparaten kan beheren, maar doordat belangrijke ontwerpbeslissingen vooraf onvoldoende zijn uitgewerkt.

Denk aan:

  • onduidelijke groepen;
  • conflicterende policies;
  • slecht geteste applicaties;
  • onduidelijke BYOD-regels;
  • te brede assignments;
  • onvoldoende pilotgebruikers;
  • ontbrekende documentatie;
  • onvoldoende troubleshootingprocedures.

Een goede implementatiechecklist helpt deze problemen vóór de brede uitrol te ontdekken.

Hieronder vindt u 50 controlepunten voor een Microsoft Intune-implementatie, verdeeld over tien onderdelen.

Microsoft Intune implementatie checklist: 50 punten die u vóór de uitrol moet controleren
Microsoft Intune implementatie checklist: 50 punten die u vóór de uitrol moet controleren

Waarom een Intune implementatie checklist gebruiken?

Intune is een platform waarin verschillende technologieën samenkomen.

Een Windows-laptop kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van:

Microsoft Entra ID

Intune enrollment

Configuration Profiles

Applications

Endpoint Security

Compliance

Conditional Access

Wanneer één onderdeel verkeerd is ingericht, kan de gebruiker problemen ervaren terwijl de oorzaak ergens anders ligt.

Daarom moet vóór productie niet alleen worden gecontroleerd of afzonderlijke policies werken.

De volledige endpoint lifecycle moet worden getest.


1. Strategie en requirements

Een goede implementatie begint vóórdat de eerste policy wordt aangemaakt.

1. Is duidelijk waarom de organisatie Intune implementeert?

Leg de belangrijkste businessdoelen vast.

Bijvoorbeeld:

  • laptops sneller uitrollen;
  • thuiswerkers beheren;
  • security standaardiseren;
  • applicaties centraal distribueren;
  • BYOD beveiligen;
  • Group Policy verminderen;
  • een bestaande MDM-oplossing vervangen.

Zonder duidelijke doelen ontstaat gemakkelijk een verzameling technische configuraties zonder samenhang.

2. Is de scope van de implementatie vastgesteld?

Bepaal welke onderdelen onderdeel zijn van de eerste release.

Bijvoorbeeld:

Wel in scope

  • Windows 11;
  • Autopilot;
  • Microsoft 365 Apps;
  • BitLocker;
  • compliance;
  • Windows Update.

Later

  • macOS;
  • BYOD;
  • Android;
  • advanced security;
  • specialized devices.

Een gefaseerde scope verkleint projectrisico.

3. Zijn de deviceplatforms geïnventariseerd?

Breng minimaal in kaart:

  • Windows;
  • macOS;
  • iOS/iPadOS;
  • Android;
  • shared devices;
  • kiosks;
  • specialized devices.

Niet ieder platform hoeft op dezelfde manier te worden beheerd.

4. Zijn gebruikersgroepen geïnventariseerd?

Denk aan:

  • kantoorwerkers;
  • remote workers;
  • management;
  • IT;
  • developers;
  • contractors;
  • frontline workers;
  • tijdelijke medewerkers.

Verschillende gebruikersgroepen kunnen verschillende requirements hebben.

5. Zijn succescriteria gedefinieerd?

Definieer vooraf wanneer de implementatie succesvol is.

Bijvoorbeeld:

  • succesvolle enrollment;
  • voorspelbare Autopilot-deployment;
  • kritieke apps installeren correct;
  • devices worden compliant;
  • security policies worden toegepast;
  • supportprocedures werken.

2. Licensing en tenant

De volgende vijf controles gaan over de technische basis.

6. Zijn de huidige Microsoft-licenties gecontroleerd?

Controleer welke Intune-functionaliteit al beschikbaar is via bestaande abonnementen.

Koop geen aanvullende Intune-licenties voordat dit duidelijk is.

7. Is gecontroleerd of alle gebruikers correct gelicentieerd zijn?

Een pilot kan technisch mislukken doordat een testgebruiker niet de juiste entitlement heeft.

Maak licensing daarom onderdeel van de testvoorbereiding.

8. Zijn aanvullende capabilities geïdentificeerd?

Bepaal of functionaliteit nodig is zoals:

  • Remote Help;
  • Endpoint Privilege Management;
  • Cloud PKI;
  • Enterprise Application Management;
  • Advanced Analytics;
  • Plan 2-capabilities.

Controleer daarna of deze al in de bestaande entitlement zitten.

9. Is de tenantconfiguratie beoordeeld?

Bij een bestaande Microsoft 365-omgeving kunnen al instellingen aanwezig zijn die invloed hebben op de Intune-implementatie.

Ga niet uit van een lege tenant.

10. Is duidelijk wie eigenaar is van het Intune-platform?

Wijs verantwoordelijkheid toe.

Bijvoorbeeld:

Platform Owner — Endpoint Management

Een platform zonder eigenaar wordt uiteindelijk een verzameling losse configuraties.


3. Identity en toegang

Intune werkt nauw samen met identity.

11. Is de Microsoft Entra ID-architectuur duidelijk?

Bepaal bijvoorbeeld of apparaten:

  • Microsoft Entra joined;
  • hybrid joined;
  • anders geregistreerd;

worden gebruikt.

Deze keuze beïnvloedt provisioning en beheer.

12. Is MFA voor beheerders ingericht?

Beheerdersaccounts hebben grote impact.

Sterke authenticatie moet daarom vanaf het begin onderdeel zijn van het securitymodel.

13. Zijn administratorrollen beperkt?

Niet iedere beheerder heeft volledige Intune Administrator- of Global Administrator-rechten nodig.

Gebruik least privilege.

14. Is RBAC ontworpen?

Bepaal wie bijvoorbeeld:

  • policies mag wijzigen;
  • apps mag beheren;
  • apparaten mag ondersteunen;
  • alleen rapportages mag bekijken.

15. Is Conditional Access veilig voorbereid?

Als Conditional Access onderdeel is van de implementatie, test dan zorgvuldig:

  • inclusions;
  • exclusions;
  • report-only;
  • emergency access;
  • compliant-device requirements.

Een fout in access policies kan grotere impact hebben dan een fout in een gewone configuration profile.


4. Device enrollment

Zonder betrouwbaar enrollmentproces is er geen betrouwbaar endpointmanagement.

16. Is bepaald welke apparaten corporate en personal zijn?

Maak expliciet onderscheid.

Dit beïnvloedt:

  • enrollment;
  • privacy;
  • policies;
  • MDM;
  • MAM;
  • wipe.

17. Zijn enrollment restrictions ingericht?

Bepaal welke:

  • platforms;
  • OS-versies;
  • device types;
  • ownershipscenario’s;

zijn toegestaan.

18. Is de enrollmentmethode per platform bepaald?

Documenteer hoe Windows-, Apple- en Android-devices worden enrolled.

Laat dit niet afhangen van individuele beheerders.

19. Is het maximum aantal devices per gebruiker beoordeeld?

Controleer of ingestelde limieten aansluiten op echte gebruikersscenario’s.

Denk bijvoorbeeld aan een gebruiker met:

  • laptop;
  • smartphone;
  • tablet;
  • testdevice.

20. Is het offboardingproces getest?

Enrollment krijgt veel aandacht.

Removal veel minder.

Test daarom wat er gebeurt wanneer:

  • medewerker vertrekt;
  • laptop wordt vervangen;
  • smartphone verloren raakt;
  • privédevice niet langer zakelijke data mag bevatten.

5. Windows Autopilot

Voor veel organisaties is Windows Autopilot een kernonderdeel van de moderne werkplek.

21. Is de Autopilot-registratieprocedure betrouwbaar?

Documenteer hoe nieuwe devices in het Autopilot-proces terechtkomen.

Bijvoorbeeld via leverancier, bestaande registratieprocessen of andere ondersteunde methoden.

22. Zijn deployment profiles getest?

Controleer niet alleen of het profiel bestaat.

Test de daadwerkelijke gebruikerservaring op een nieuw of correct gereset device.

23. Is de Enrollment Status Page getest?

Controleer wat tijdens provisioning verplicht moet worden afgerond.

Te veel verplichte componenten kunnen provisioning kwetsbaar maken.

24. Zijn alleen kritieke apps tijdens provisioning verplicht?

Vraag voor iedere applicatie:

Moet deze app werkelijk aanwezig zijn voordat de gebruiker productief kan beginnen?

Zo niet, dan kan installatie mogelijk later plaatsvinden.

25. Is een mislukte Autopilot-deployment getest?

Dit is een van de beste volwassenheidstests.

Wat doet IT wanneer Autopilot faalt?

Is duidelijk:

  • welke logs nodig zijn;
  • waar status wordt gecontroleerd;
  • hoe reset/retry werkt;
  • wanneer het incident wordt geëscaleerd?

Een productieproces moet ook fouten kunnen verwerken.


6. Configuration Profiles en policies

Policies vormen de kern van Intune, maar zijn ook een belangrijke bron van complexiteit.

26. Is een naming convention ingevoerd?

Gebruik begrijpelijke namen.

Bijvoorbeeld:

WIN-CORP-SEC-BitLocker

is beter dan:

Windows Policy 4

27. Heeft iedere policy één duidelijk doel?

Vermijd enorme policies waarin tientallen niet-gerelateerde onderwerpen worden gecombineerd.

Gebruik logische functionele grenzen.

28. Zijn dubbele instellingen gecontroleerd?

Dezelfde Windows-instelling kan soms via verschillende Intune-policytypen worden geconfigureerd.

Controleer of instellingen niet tegelijkertijd worden beheerd via bijvoorbeeld:

  • Settings Catalog;
  • Endpoint Security;
  • Administrative Templates;
  • custom policies.

Dubbele configuratie maakt troubleshooting moeilijk.

29. Zijn assignments gecontroleerd?

Voor iedere policy moet duidelijk zijn:

  • wie deze krijgt;
  • waarom;
  • welke exclusions bestaan;
  • of user- of device-targeting wordt gebruikt.

30. Zijn alle uitzonderingen gedocumenteerd?

Iedere exclusion creëert technische schuld.

Documenteer daarom:

  • reden;
  • eigenaar;
  • datum;
  • reviewmoment.

Een uitzondering zonder eigenaar wordt vaak permanent.


7. Applicatiebeheer

Applicaties zijn vaak een van de grootste bronnen van deploymentproblemen.

31. Is een volledige applicatie-inventaris beschikbaar?

Maak minimaal een overzicht van:

  • naam;
  • versie;
  • eigenaar;
  • leverancier;
  • doelgroep;
  • installatiebron;
  • businesscriticaliteit.

32. Zijn applicaties geclassificeerd?

Gebruik bijvoorbeeld:

Critical

Required

Available

Legacy

Retire

Dat maakt deploymentbeslissingen eenvoudiger.

33. Zijn Win32 detection rules getest?

Een applicatie kan succesvol installeren terwijl Intune deze toch als failed rapporteert wanneer de detection rule verkeerd is.

Test daarom:

  • clean install;
  • bestaande installatie;
  • upgrade;
  • uninstall.

34. Zijn dependencies getest?

Als applicatie A afhankelijk is van applicatie B, test de volledige deploymentketen.

Niet alleen de losse packages.

35. Is het applicatie-updateproces ontworpen?

Een package dat vandaag werkt moet over zes maanden mogelijk worden bijgewerkt.

Bepaal:

  • wie nieuwe versies signaleert;
  • wie packages bijwerkt;
  • wie test;
  • hoe oude versies worden vervangen;
  • hoe rollback plaatsvindt.

Application lifecycle management begint niet na de implementatie.

Het moet onderdeel zijn van het ontwerp.


8. Compliance en security

Security moet vóór productie aantoonbaar werken.

36. Zijn compliance policies getest?

Controleer zowel:

compliant scenario

als:

non-compliant scenario.

Een policy die alleen met gezonde apparaten is getest, is onvoldoende gevalideerd.

37. Is duidelijk wat een gebruiker ziet bij non-compliance?

Een technisch correcte blokkade kan operationeel slecht zijn wanneer niemand begrijpt waarom toegang wordt geweigerd.

Test daarom de user experience.

38. Is BitLocker volledig getest?

Controleer:

  • encryption;
  • policy application;
  • recovery key;
  • recoveryprocedure.

De vraag is niet alleen:

Is de laptop encrypted?

Maar ook:

Kunnen we herstellen wanneer recovery nodig is?

39. Zijn Endpoint Security policies gecontroleerd op overlap?

Controleer bijvoorbeeld:

  • antivirus;
  • firewall;
  • BitLocker;
  • Attack Surface Reduction;
  • account protection;
  • security baselines.

Vermijd meerdere bronnen voor dezelfde instelling waar mogelijk.

40. Is local administrator access beoordeeld?

Bepaal expliciet:

  • wie local admin nodig heeft;
  • waarom;
  • hoe uitzonderingen worden goedgekeurd;
  • of least-privilegeoplossingen nodig zijn.

Permanent local admin mag geen ongedocumenteerde standaard zijn.


9. Pilot en productie-uitrol

Nu komt de overgang van technisch ontwerp naar echte gebruikers.

41. Is een afzonderlijke IT-testring beschikbaar?

Nieuwe configuraties moeten eerst op een kleine technische groep kunnen worden getest.

42. Is de pilot representatief?

Gebruik niet alleen IT.

Neem bijvoorbeeld gebruikers op uit:

  • Finance;
  • HR;
  • Sales;
  • Operations;
  • Management.

De pilot moet echte bedrijfsprocessen raken.

43. Zijn acceptatiecriteria vastgelegd?

Voorbeelden:

  • Autopilot succesvol;
  • kritieke apps aanwezig;
  • BitLocker actief;
  • device compliant;
  • toegang tot bedrijfsapplicaties werkt;
  • Windows Updates werken;
  • supportproces werkt.

44. Is een gefaseerde rollout gepland?

Bijvoorbeeld:

IT

Pilot

Early Production

Department Rollout

Broad Production

Niet iedere organisatie hoeft dezelfde percentages of fasen te gebruiken.

Het principe is belangrijker:

klein beginnen en gecontroleerd opschalen.

45. Is er een rollback- of herstelstrategie?

Vraag vóór iedere belangrijke rollout:

Wat doen we als dit fout gaat?

Bepaal bijvoorbeeld hoe:

  • policy wordt teruggedraaid;
  • assignment wordt verwijderd;
  • appdeployment wordt gestopt;
  • gebruiker toegang terugkrijgt;
  • device wordt hersteld.

10. Operations, support en governance

Een Intune-project is pas succesvol wanneer de omgeving na de consultant of projectfase beheersbaar blijft.

46. Zijn servicedeskprocedures beschikbaar?

Maak runbooks voor veel voorkomende problemen zoals:

  • device synchroniseert niet;
  • policy wordt niet toegepast;
  • app installeert niet;
  • device is non-compliant;
  • Company Portal werkt niet;
  • Autopilot faalt.

47. Is monitoring ingericht?

Controleer structureel:

  • enrollment failures;
  • application failures;
  • policy errors;
  • compliance;
  • stale devices;
  • update status.

Werk volgens het principe:

manage by exception.

48. Is technische documentatie compleet?

Documenteer minimaal:

  • architectuur;
  • policies;
  • applications;
  • groups;
  • assignments;
  • exclusions;
  • security;
  • administratorrollen;
  • supportprocedures.

Documentatie hoort bij de Definition of Done.

49. Is een changeproces ingericht?

Een kleine policywijziging kan duizenden endpoints beïnvloeden.

Gebruik daarom:

Change

Test

Pilot

Production

Monitor

Hoe groter de omgeving, hoe belangrijker gecontroleerde wijzigingen worden.

50. Is een periodieke Intune Health Check gepland?

Na productie begint configuration drift.

Nieuwe:

  • policies;
  • apps;
  • administrators;
  • exceptions;
  • devices;
  • requirements;

komen erbij.

Voer daarom periodiek een review uit van bijvoorbeeld:

  • ongebruikte policies;
  • overlapping policies;
  • oude groepen;
  • stale devices;
  • exclusions;
  • adminrechten;
  • application lifecycle;
  • compliance;
  • securityconfiguratie;
  • documentatie.

Een Intune-omgeving moet worden onderhouden als platform.


De volledige 50-punten checklist

Gebruik onderstaande compacte lijst tijdens uw project.

Strategie

  • 1. Businessdoelen vastgesteld
  • 2. Scope bepaald
  • 3. Deviceplatforms geïnventariseerd
  • 4. Gebruikersgroepen geïnventariseerd
  • 5. Succescriteria vastgesteld

Licensing

  • 6. Microsoft-licenties gecontroleerd
  • 7. Gebruikers correct gelicentieerd
  • 8. Advanced capabilities beoordeeld
  • 9. Tenantconfiguratie gecontroleerd
  • 10. Platform Owner aangewezen

Identity

  • 11. Entra-architectuur bepaald
  • 12. MFA voor admins ingericht
  • 13. Adminrechten beperkt
  • 14. RBAC ontworpen
  • 15. Conditional Access getest

Enrollment

  • 16. Corporate/personal bepaald
  • 17. Enrollment restrictions ingesteld
  • 18. Enrollmentmethoden gedocumenteerd
  • 19. Device limits gecontroleerd
  • 20. Offboarding getest

Autopilot

  • 21. Registratieprocedure getest
  • 22. Deployment profiles getest
  • 23. Enrollment Status Page getest
  • 24. Kritieke apps bepaald
  • 25. Failureprocedure getest

Policies

  • 26. Naming convention gebruikt
  • 27. Policies logisch gescheiden
  • 28. Dubbele instellingen gecontroleerd
  • 29. Assignments gecontroleerd
  • 30. Exclusions gedocumenteerd

Applications

  • 31. Applicatie-inventaris beschikbaar
  • 32. Applicaties geclassificeerd
  • 33. Detection rules getest
  • 34. Dependencies getest
  • 35. Updateproces ingericht

Security

  • 36. Compliance getest
  • 37. Non-compliance UX getest
  • 38. BitLocker recovery getest
  • 39. Security policy overlap gecontroleerd
  • 40. Local admin beoordeeld

Rollout

  • 41. IT-testring beschikbaar
  • 42. Representatieve pilot uitgevoerd
  • 43. Acceptatiecriteria gehaald
  • 44. Gefaseerde rollout gepland
  • 45. Herstelstrategie beschikbaar

Operations

  • 46. Servicedesk-runbooks beschikbaar
  • 47. Monitoring ingericht
  • 48. Documentatie compleet
  • 49. Changeproces ingericht
  • 50. Periodieke Health Check gepland

Hoeveel punten moeten groen zijn vóór productie?

Het eenvoudige antwoord:

alle kritieke punten.

Dat betekent niet dat iedere toekomstige optimalisatie al voltooid moet zijn.

Maar fundamentele onderwerpen zoals:

  • enrollment;
  • identity;
  • security;
  • applications;
  • recovery;
  • support;

mogen niet als open vraag naar productie worden meegenomen.

Een nuttige classificatie is:

Groen — Production Ready

Getest en goedgekeurd.

Oranje — Accepted Risk

Bekende beperking, gedocumenteerd en formeel geaccepteerd.

Rood — Blocker

Moet worden opgelost vóór productie.

Deze methode voorkomt discussies over of iets “ongeveer klaar” is.


Maak van de checklist een formele go-live review

Voor grotere Intune-projecten kan deze checklist worden gebruikt als basis voor een go-live meeting.

Betrek bijvoorbeeld:

  • Endpoint Management;
  • Security;
  • Identity;
  • Service Desk;
  • Application Management;
  • Project Management;
  • Business representatives.

Loop de kritieke onderdelen gezamenlijk door.

De vraag is uiteindelijk:

Kunnen we deze omgeving niet alleen technisch uitrollen, maar ook veilig ondersteunen wanneer er morgen problemen ontstaan?

Als het antwoord daarop nee is, is de omgeving nog niet production ready.


Wat moet u vooral niet doen?

Gebruik een checklist niet als administratieve oefening waarbij overal simpelweg een vinkje wordt gezet.

Een vinkje achter:

Autopilot getest

heeft weinig waarde.

Leg liever vast:

  • welk scenario is getest;
  • met welk type apparaat;
  • door welke gebruiker;
  • wat het resultaat was;
  • welke problemen zijn gevonden;
  • wie akkoord heeft gegeven.

Daarmee ontstaat aantoonbare implementatiekwaliteit.


Intune implementatie checklist voor kleine organisaties

Een organisatie met 25 of 50 medewerkers hoeft niet dezelfde governance te bouwen als een multinational.

De principes blijven echter hetzelfde.

Voor een kleinere organisatie zijn vooral belangrijk:

  1. licensing;
  2. enrollment;
  3. Autopilot;
  4. basisconfiguratie;
  5. applicaties;
  6. BitLocker;
  7. compliance;
  8. Conditional Access;
  9. updates;
  10. support en recovery.

Houd de architectuur eenvoudig.

Een kleine organisatie heeft geen honderd policies nodig om professioneel beheerd te worden.


Intune implementatie checklist voor grote organisaties

Bij grotere organisaties worden aanvullende onderwerpen belangrijk.

Denk aan:

  • meerdere landen;
  • meerdere IT-teams;
  • delegated administration;
  • complexe RBAC;
  • honderden applicaties;
  • verschillende platforms;
  • securityteams;
  • change advisory processes;
  • uitzonderingen;
  • reporting;
  • compliancevereisten.

Daar moet de checklist worden uitgebreid naar een formeel production-readiness framework.


Een belangrijke regel: test de keten, niet alleen de componenten

Een configuration profile kan correct werken.

Een compliance policy kan correct werken.

Conditional Access kan correct werken.

Maar de combinatie kan alsnog een probleem veroorzaken.

Test daarom complete scenario’s.

Bijvoorbeeld:

Nieuwe medewerker

Nieuwe laptop

Autopilot

Intune enrollment

Configuration

Applications

BitLocker

Compliance

Conditional Access

Microsoft 365

Productief werken

En test daarna ook:

Medewerker vertrekt

Toegang ingetrokken

Zakelijke data beschermd

Device retired/wiped

Een endpoint lifecycle heeft een begin én een einde.


Veelgestelde vragen

Wat moet u controleren vóór een Intune-implementatie?

Controleer minimaal requirements, licensing, identity, enrollment, policies, applicaties, compliance, security, Autopilot, support, monitoring en governance.

Hoe test u een Intune-omgeving?

Gebruik eerst IT-testdevices, daarna een representatieve pilotgroep en vervolgens een gefaseerde productie-uitrol. Test volledige gebruikersscenario’s en niet alleen afzonderlijke policies.

Hoeveel pilotgebruikers heeft u nodig?

Er bestaat geen universeel aantal. De pilot moet vooral representatief zijn voor platforms, applicaties, afdelingen en gebruiksscenario’s.

Moet iedere policy apart worden getest?

Iedere productiepolicy moet aantoonbaar worden gevalideerd, maar test daarnaast vooral de interactie tussen policies.

Wanneer is Intune production ready?

Wanneer kritieke functionaliteit is getest, risico’s bekend zijn, herstel mogelijk is, supportprocedures bestaan en de organisatie de omgeving operationeel kan beheren.

Moet een kleine organisatie alle 50 punten uitvoeren?

De diepgang kan verschillen, maar de onderliggende onderwerpen blijven relevant. Houd de uitvoering proportioneel aan de omvang en complexiteit van de organisatie.

Wat gebeurt er na de implementatie?

De omgeving gaat over naar operationeel beheer. Policies, applicaties, devices, security, Microsoft-functionaliteit en requirements veranderen continu. Daarom blijven monitoring, lifecycle management en periodieke reviews noodzakelijk.


Conclusie

Een succesvolle Microsoft Intune-implementatie wordt niet bepaald door het aantal aangemaakte policies.

De echte test is of de organisatie een nieuw endpoint:

voorspelbaar kan registreren, configureren, beveiligen, ondersteunen en uiteindelijk verwijderen.

Gebruik daarom vóór de productie-uitrol een structurele checklist.

Controleer:

Strategy

Licensing

Identity

Enrollment

Autopilot

Policies

Applications

Security

Pilot

Operations

En behandel een Intune-omgeving pas als production ready wanneer niet alleen de technologie werkt, maar ook support, recovery, monitoring en ownership zijn geregeld.

De beste Intune-implementaties zijn niet noodzakelijk de meest complexe.

Ze zijn:

voorspelbaar, gedocumenteerd, veilig, testbaar en beheersbaar.


Wilt u uw Intune-implementatie laten controleren?

Bent u bezig met een Microsoft Intune-implementatie en wilt u weten of er vóór de productie-uitrol nog belangrijke onderdelen ontbreken?

Of loopt u vast bij Autopilot, policies, applicaties, compliance, Conditional Access of endpoint security?

Stel uw Intune-vraag. Uw eerste vraag is gratis.

Beschrijf kort uw huidige situatie, waar u zich in het implementatietraject bevindt en waarover u twijfelt. Wij bekijken uw vraag en geven een eerste praktisch advies over mogelijke risico’s of vervolgstappen.

Eerste inhoudelijke beoordeling gratis. Geen verplichting tot vervolgopdracht.

Stel gratis uw eerste Intune-vraag →

EndpointPilot

Contact

© 2026 EndPointPilot. All rights reserved. Ontworpen door Ben Kemp.

Ontdek meer van EndpointPilot

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

Ontdek meer van EndpointPilot

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder