Waarvoor wordt Microsoft Intune gebruikt?

Microsoft Intune wordt gebruikt om computers, smartphones, tablets, applicaties en bedrijfsgegevens centraal te beheren en beveiligen. Organisaties gebruiken Intune bijvoorbeeld voor het automatisch configureren van Windows-laptops, installeren van bedrijfsapplicaties, afdwingen van security policies, controleren van device compliance, beheren van Windows Updates en beschermen van bedrijfsdata op zakelijke en persoonlijke apparaten.

Voor organisaties die Microsoft 365 gebruiken, kan Intune een centrale rol krijgen in het beheer van de moderne digitale werkplek.

Een eenvoudige omschrijving is:

Microsoft Intune wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat medewerkers vanaf correct geconfigureerde en voldoende beveiligde apparaten toegang krijgen tot bedrijfsapplicaties en bedrijfsgegevens.

Waar gebruiken bedrijven Microsoft Intune voor?

Microsoft Intune kan voor veel verschillende endpointmanagementtaken worden gebruikt.

De belangrijkste zijn:

  • Windows-apparaten beheren;
  • nieuwe laptops automatisch provisionen;
  • applicaties installeren;
  • security policies configureren;
  • BitLocker beheren;
  • Microsoft Defender configureren;
  • Windows Firewall beheren;
  • compliance controleren;
  • Conditional Access ondersteunen;
  • Windows Updates beheren;
  • iPhones en iPads beheren;
  • Android-apparaten beheren;
  • Macs beheren;
  • BYOD beveiligen;
  • bedrijfsdata binnen mobiele apps beschermen;
  • certificaten distribueren;
  • Wi-Fi configureren;
  • VPN-profielen uitrollen;
  • PowerShell-scripts uitvoeren;
  • terugkerende configuratieproblemen detecteren;
  • remote beheeracties uitvoeren;
  • endpointstatus rapporteren.

Welke functies een organisatie nodig heeft, hangt af van het endpointlandschap en de securityrequirements.

1. Windows-laptops en desktops centraal beheren

Een van de meest voorkomende toepassingen van Intune is het centraal beheren van Windows-computers.

Zonder centraal endpointmanagement worden instellingen vaak handmatig uitgevoerd.

IT moet bijvoorbeeld op iedere laptop:

  • security configureren;
  • applicaties installeren;
  • BitLocker activeren;
  • browserinstellingen aanpassen;
  • Windows Updates controleren;
  • bedrijfsinstellingen configureren.

Bij tientallen of honderden apparaten wordt dat snel onpraktisch.

Met Intune kunnen veel van deze instellingen centraal worden gedefinieerd.

Van handmatig beheer naar policy-based management

In plaats van iedere laptop afzonderlijk te configureren, bepaalt IT centraal wat de gewenste configuratie is.

Bijvoorbeeld:

Alle Windows 11-laptops

BitLocker verplicht

Microsoft Defender actief

Windows Firewall actief

Microsoft Edge-configuratie

OneDrive-configuratie

Windows Update-beleid

Wanneer een apparaat binnen de juiste assignment valt, ontvangt het de relevante configuraties.

Hierdoor wordt endpointbeheer schaalbaarder.

2. Nieuwe Windows-laptops automatisch inrichten

Microsoft Intune wordt veel gebruikt in combinatie met Windows Autopilot.

Het doel is het verminderen van handmatige provisioning.

Traditioneel kan IT een nieuwe laptop ontvangen, uitpakken en volledig configureren voordat deze naar een medewerker gaat.

Met Windows Autopilot en Intune kan een groot deel daarvan worden geautomatiseerd.

Een mogelijke flow is:

Nieuwe laptop

Windows Autopilot

Medewerker start apparaat

Aanmelden

Microsoft Entra

Intune Enrollment

Security + Configuration + Apps

Gebruiksklare werkplek

Dit kan vooral veel tijd besparen bij grotere aantallen nieuwe apparaten.

3. Applicaties automatisch installeren

Intune kan bedrijfsapplicaties centraal distribueren.

Voor Windows kan dit bijvoorbeeld gaan om:

  • Microsoft 365 Apps;
  • Microsoft Edge;
  • Teams;
  • VPN-clients;
  • browsers;
  • PDF-software;
  • securitysoftware;
  • Win32-applicaties;
  • maatwerkapplicaties.

Applicaties kunnen bijvoorbeeld als Required worden toegewezen.

Dan probeert Intune de applicatie automatisch op de toegewezen apparaten of voor toegewezen gebruikers te installeren.

Applicaties beschikbaar stellen via Company Portal

Niet iedere applicatie hoeft verplicht op ieder apparaat te staan.

Sommige software kan optioneel zijn.

Bijvoorbeeld:

  • Visio;
  • Project;
  • gespecialiseerde tools;
  • bepaalde bedrijfsapplicaties.

Deze kunnen waar passend via Company Portal beschikbaar worden gemaakt.

Een gebruiker kan de applicatie dan zelf installeren zonder dat IT deze handmatig hoeft te installeren.

Dat ondersteunt een gecontroleerd selfservicemodel.

4. Endpoint security configureren

Intune wordt ook gebruikt voor endpoint security.

Organisaties kunnen verschillende beveiligingsinstellingen centraal beheren.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Microsoft Defender Antivirus;
  • Windows Firewall;
  • disk encryption;
  • Attack Surface Reduction;
  • account protection;
  • Endpoint Detection and Response-integraties;
  • security baselines.

Hiermee kunnen securityrequirements worden vertaald naar technische endpointconfiguraties.

5. BitLocker centraal beheren

BitLocker versleutelt Windows-schijven.

Dit is vooral belangrijk voor laptops.

Stel dat een medewerker een laptop in de trein laat liggen.

Zonder encryptie kan iemand mogelijk proberen de schijf uit het apparaat te halen en de gegevens rechtstreeks te benaderen.

Met goed geconfigureerde disk encryption wordt dit aanzienlijk moeilijker.

Intune kan worden gebruikt om BitLocker-beleid centraal te configureren en relevante statusinformatie te beheren.

6. Microsoft Defender configureren

Microsoft Intune kan worden gebruikt voor verschillende Microsoft Defender-configuraties.

Hiermee kunnen organisaties securityinstellingen standaardiseren.

Bijvoorbeeld:

Defender Antivirus

Firewall

Attack Surface Reduction

Endpoint security policies

Compliance

Hierdoor wordt endpointsecurity minder afhankelijk van handmatige instellingen op individuele computers.

7. Windows Firewall beheren

Een andere toepassing is het centraal beheren van Windows Firewall-instellingen.

Organisaties kunnen bijvoorbeeld bepalen:

  • welke firewallprofielen actief zijn;
  • welke regels noodzakelijk zijn;
  • welke uitzonderingen toegestaan zijn.

Ook hier geldt dat securityconfiguratie gecontroleerd moet worden getest.

Een te strenge firewallpolicy kan legitieme bedrijfsapplicaties blokkeren.

8. Controleren of apparaten compliant zijn

Intune wordt gebruikt om te bepalen of apparaten aan vooraf gedefinieerde voorwaarden voldoen.

Dit gebeurt via Compliance Policies.

Een organisatie kan bijvoorbeeld eisen stellen aan:

  • operating system;
  • securitystatus;
  • encryptie;
  • wachtwoorden;
  • device integrity.

Intune beoordeelt vervolgens de status van het apparaat.

Het resultaat kan bijvoorbeeld zijn:

Compliant

of:

Non-compliant

9. Toegang tot Microsoft 365 beveiligen

Compliance wordt vooral krachtig wanneer het wordt gecombineerd met Microsoft Entra Conditional Access.

Stel dat een medewerker toegang wil tot SharePoint.

Een organisatie kan bijvoorbeeld eisen:

Correcte gebruikersidentiteit

MFA

Compliant apparaat

=

Toegang toegestaan

Wanneer het apparaat niet aan de vereisten voldoet, kan toegang worden beperkt.

Intune wordt daarmee onderdeel van access security.

10. Zero Trust ondersteunen

Intune wordt vaak gebruikt binnen een bredere Zero Trust-strategie.

In plaats van een apparaat automatisch te vertrouwen omdat het zich op kantoor bevindt, worden meerdere signalen gebruikt.

Bijvoorbeeld:

  • wie is de gebruiker?
  • welk apparaat gebruikt de gebruiker?
  • wordt het apparaat beheerd?
  • is het apparaat compliant?
  • welke applicatie wordt geopend?
  • welke authenticatie is gebruikt?
  • welk risico is aanwezig?

Intune levert vooral informatie en controls rond het endpoint.

11. Windows Updates beheren

Windows Update Management is een andere belangrijke toepassing.

Een organisatie wil meestal voorkomen dat honderden computers allemaal willekeurig verschillende updateconfiguraties gebruiken.

Intune kan worden gebruikt voor het beheren van onder andere update rings en relevante update-instellingen.

Een organisatie kan bijvoorbeeld werken met:

Test

Pilot

Production

Nieuwe updates bereiken dan eerst een kleinere groep.

Als daar geen grote problemen ontstaan, kan de bredere populatie volgen.

12. Windows-versies standaardiseren

Naast reguliere updates is lifecycle management belangrijk.

In een slecht beheerde omgeving kunnen apparaten jarenlang op verschillende Windows-versies blijven staan.

Dat veroorzaakt:

  • securityrisico;
  • supportproblemen;
  • applicatieproblemen;
  • moeilijkere troubleshooting.

Intune kan onderdeel zijn van een proces waarmee organisaties hun Windows-populatie beter standaardiseren.

13. Microsoft 365 Apps beheren

Intune kan worden gebruikt om Microsoft 365 Apps naar Windows-apparaten te distribueren.

Hiermee kan bijvoorbeeld worden bepaald welke Office-applicaties beschikbaar zijn.

Dit helpt voorkomen dat IT iedere laptop afzonderlijk moet voorzien van Office.

14. Microsoft Edge configureren

Microsoft Edge bevat veel enterprise-instellingen.

Intune kan worden gebruikt om browserconfiguraties centraal te beheren.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • security;
  • homepage;
  • browsergedrag;
  • extensies;
  • enterpriseconfiguraties.

Browsers zijn tegenwoordig belangrijke toegangspunten tot bedrijfsdata en verdienen daarom dezelfde aandacht als andere endpointcomponenten.

15. OneDrive configureren

OneDrive kan eveneens via Intune worden geconfigureerd.

Dat is nuttig voor organisaties die gebruikersbestanden naar Microsoft 365 willen laten synchroniseren.

Een goed ontworpen OneDrive-configuratie kan bijvoorbeeld helpen om de afhankelijkheid van uitsluitend lokale gebruikersdata te verminderen.

16. Windows Hello for Business implementeren

Windows Hello for Business biedt moderne authenticatiemogelijkheden voor Windows.

Intune kan onderdeel zijn van de configuratie hiervan.

Gebruikers kunnen bijvoorbeeld werken met:

  • PIN;
  • biometrie;
  • cryptografisch beschermde credentials.

Dit past binnen de bredere ontwikkeling richting sterkere en passwordless authenticatie.

17. Lokale administratorrechten beperken

Veel organisaties hebben historisch gezien gebruikers permanente lokale administratorrechten gegeven.

Dat brengt risico’s mee.

Met moderne endpointmanagement- en privilege-managementstrategieën kan dit worden beperkt.

Het doel is:

normaal werken met standaardrechten

en alleen extra privileges gebruiken wanneer dat daadwerkelijk noodzakelijk is.

18. Windows LAPS gebruiken

Windows LAPS helpt organisaties lokale administratorwachtwoorden veiliger te beheren.

In plaats van één gedeeld lokaal administratorwachtwoord kunnen apparaten unieke en geroteerde credentials gebruiken.

Dat verkleint de kans dat één gestolen wachtwoord direct toegang geeft tot meerdere apparaten.

19. PowerShell-scripts distribueren

Intune kan PowerShell-scripts uitvoeren op ondersteunde Windows-apparaten.

Scripts zijn nuttig voor:

  • configuraties;
  • automatisering;
  • custom settings;
  • detectie;
  • troubleshooting.

Gebruik scripts wel gecontroleerd.

Een script heeft vaak aanzienlijke rechten en kan bij fouten veel apparaten tegelijk beïnvloeden.

20. Problemen automatisch detecteren en herstellen

Intune Remediations kunnen worden gebruikt om bepaalde situaties periodiek te controleren.

Een vereenvoudigde werking:

Detectiescript

Is configuratie correct?

Nee

Remediationscript

Configuratie herstellen

Dit kan operationeel beheer aanzienlijk efficiënter maken.

Kom je steeds dezelfde Intune-problemen tegen?

Wanneer beheerders regelmatig dezelfde instellingen handmatig moeten herstellen, kan dat erop wijzen dat het probleem structureel moet worden opgelost in plaats van apparaat voor apparaat.

EndpointPilot kan helpen bepalen of het probleem voortkomt uit een policy, assignment, applicatie, enrollmentconfiguratie of andere Intune-component.

Stel je Intune-vraag aan EndpointPilot en beschrijf wat er in jouw omgeving gebeurt.

21. iPhones beheren

Intune ondersteunt iOS-management.

Zakelijke iPhones kunnen bijvoorbeeld worden voorzien van:

  • configuration profiles;
  • apps;
  • compliance;
  • certificaten;
  • Wi-Fi;
  • VPN;
  • security restrictions.

Voor corporate-owned Apple-apparaten kan Apple Business Manager onderdeel zijn van het deploymentmodel.

22. iPads beheren

Ook iPads kunnen worden beheerd.

Dit kan relevant zijn voor:

  • field service;
  • retail;
  • logistiek;
  • zorg;
  • management;
  • kiosks;
  • shared-device-scenario’s.

Het gekozen managementmodel moet aansluiten op de functie van het apparaat.

23. Android-apparaten beheren

Android Enterprise biedt verschillende managementmodellen die met Intune kunnen worden gebruikt.

Bijvoorbeeld:

  • Work Profile;
  • Corporate-Owned Work Profile;
  • Fully Managed;
  • Dedicated Device.

Hierdoor kunnen persoonlijke en zakelijke Android-apparaten verschillend worden behandeld.

24. Macs beheren

macOS kan eveneens met Intune worden beheerd.

Mogelijkheden omvatten afhankelijk van het scenario bijvoorbeeld:

  • enrollment;
  • configuration;
  • FileVault;
  • applications;
  • compliance;
  • certificates;
  • securitysettings;
  • scripts.

Mac-management is echter niet identiek aan Windows-management.

25. BYOD beveiligen

BYOD staat voor Bring Your Own Device.

Medewerkers gebruiken dan persoonlijke apparaten voor zakelijke werkzaamheden.

Dat kan bijvoorbeeld een eigen iPhone of Android-smartphone zijn.

De organisatie wil bedrijfsgegevens beschermen, maar hoeft niet noodzakelijk het volledige privéapparaat te beheren.

Daarom is BYOD een belangrijke Intune-use-case.

26. App Protection Policies gebruiken

App Protection Policies kunnen bedrijfsdata binnen ondersteunde apps beschermen.

Je kunt bijvoorbeeld regels toepassen rond:

  • copy/paste;
  • data transfer;
  • opslaan;
  • openen in andere apps;
  • app-PIN;
  • selective wipe.

Dit maakt een scheiding mogelijk tussen zakelijke en persoonlijke data.

27. Bedrijfsdata verwijderen bij offboarding

Wanneer een medewerker uit dienst gaat, moet toegang tot bedrijfsinformatie worden ingetrokken.

Bij beheerde apparaten kan dat onderdeel zijn van een device offboarding-proces.

Bij geschikte MAM-scenario’s kan zakelijke applicatiedata selectief worden verwijderd zonder het hele privéapparaat te wissen.

Dit is een belangrijke functie voor BYOD.

28. Wi-Fi-profielen configureren

Intune kan Wi-Fi-profielen distribueren.

Daardoor hoeven gebruikers niet zelf:

  • netwerknaam;
  • beveiligingsinstellingen;
  • certificaten;
  • authenticatieparameters

in te voeren.

Voor grotere organisaties vermindert dit configuratiefouten en servicedeskvragen.

29. VPN configureren

Ook VPN-profielen kunnen centraal worden uitgerold in ondersteunde scenario’s.

Dit is relevant wanneer gebruikers vanaf externe locaties toegang nodig hebben tot interne systemen.

VPN-management kan afhankelijk zijn van:

  • VPN-product;
  • authenticatie;
  • certificaten;
  • netwerkarchitectuur.

30. Certificaten distribueren

Intune kan onderdeel zijn van een certificaatdeploymentarchitectuur.

Certificaten kunnen nodig zijn voor:

  • Wi-Fi;
  • VPN;
  • authentication;
  • bedrijfsapplicaties.

Certificaatmanagement vereist een zorgvuldig ontwerp omdat verschillende PKI-componenten hierbij betrokken kunnen zijn.

31. Apparaten op afstand beheren

Intune ondersteunt verschillende remote device actions.

Afhankelijk van platform en scenario kunnen beheerders bijvoorbeeld acties uitvoeren zoals:

  • Sync;
  • Restart;
  • Retire;
  • Wipe;
  • Remote Lock;
  • Collect Diagnostics.

Dit is vooral waardevol bij remote medewerkers.

32. Verloren of gestolen apparaten afhandelen

Wanneer een bedrijfsapparaat verloren of gestolen is, kan Intune onderdeel zijn van het incidentproces.

Afhankelijk van het apparaat en managementmodel kan bijvoorbeeld worden gekeken naar:

  • device lock;
  • wipe;
  • accountbeveiliging;
  • access removal;
  • token revocation;
  • compliance;
  • incidentregistratie.

Device management en identity security moeten hierbij samenwerken.

33. Endpointinformatie verzamelen

Intune geeft beheerders informatie over geregistreerde en beheerde apparaten.

Hiermee kun je bijvoorbeeld inzicht krijgen in:

  • device status;
  • OS;
  • ownership;
  • compliance;
  • applicaties;
  • configuratiestatus.

Deze informatie helpt bij operationeel beheer.

34. Oude apparaten identificeren

Na verloop van tijd kunnen oude device records achterblijven.

Bijvoorbeeld apparaten van:

  • ex-medewerkers;
  • vervangen laptops;
  • testdevices;
  • oude enrollmentpogingen.

Zonder lifecycleproces raakt de device inventory vervuild.

Intune-governance moet daarom ook cleanup bevatten.

35. Policy deployment controleren

Het maken van een policy is slechts de eerste stap.

Daarna moet je controleren:

  • heeft het apparaat de policy ontvangen?
  • is de instelling succesvol toegepast?
  • is er een error?
  • is de policy not applicable?
  • bestaat er een conflict?

Intune-reporting speelt daarom een belangrijke rol bij troubleshooting.

36. Applicatie-installaties controleren

Ook applicatiedeployment moet worden gemonitord.

Een applicatie kan bijvoorbeeld:

  • succesvol geïnstalleerd zijn;
  • pending blijven;
  • niet van toepassing zijn;
  • mislukken.

Bij grotere omgevingen moet applicatiedeployment daarom als beheerd proces worden behandeld.

37. Pilotgroepen gebruiken

Intune maakt het mogelijk policies en applicaties gericht toe te wijzen.

Dit is essentieel voor gecontroleerde changes.

Een goede rollout kan bijvoorbeeld zijn:

IT Test

Pilot Users

Early Adopters

Production

Hiermee voorkom je dat iedere wijziging direct duizenden gebruikers beïnvloedt.

38. Verschillende gebruikersgroepen anders configureren

Niet iedere medewerker heeft dezelfde werkplek nodig.

Bijvoorbeeld:

Administratie

heeft andere applicaties nodig dan:

Developers

of:

Field Service

Intune assignments kunnen helpen verschillende configuraties toe te passen op verschillende doelgroepen.

39. Kiosk- en dedicated devices beheren

Niet ieder endpoint is een persoonlijke laptop.

Intune kan ook worden gebruikt voor ondersteunde dedicated-device- en kioskscenario’s.

Denk aan:

  • magazijntablets;
  • receptiesystemen;
  • informatiezuilen;
  • scanners;
  • productieterminals.

Deze apparaten vereisen vaak een sterk beperkte configuratie.

40. Traditionele GPO’s moderniseren

Organisaties die van Active Directory naar cloud-native management migreren, hebben vaak tientallen of honderden Group Policies.

Intune kan worden gebruikt om relevante configuraties naar modern management te brengen.

Maar kopieer niet blind iedere GPO.

Gebruik de migratie om te bepalen:

  • welke settings nog nodig zijn;
  • welke settings verouderd zijn;
  • welke settings kunnen worden vereenvoudigd;
  • welke moderne securitycontrols beschikbaar zijn.

41. Cloud-native Windows management bouwen

Intune wordt steeds vaker gebruikt als onderdeel van een cloud-native Windows-architectuur.

Bijvoorbeeld:

Microsoft Entra Join

Windows Autopilot

Microsoft Intune

Microsoft Defender

Conditional Access

Hiermee kan een organisatie Windows-apparaten beheren zonder dezelfde afhankelijkheid van traditionele on-premises infrastructuur.

42. Thuiswerkers beheren

Een groot voordeel van cloudgebaseerd endpointmanagement is dat medewerkers niet permanent op kantoor hoeven te zijn.

Een laptop kan vanaf huis bijvoorbeeld:

  • policies ontvangen;
  • apps installeren;
  • compliance rapporteren;
  • securitysettings ontvangen;
  • updates krijgen.

Dat is belangrijk voor hybride organisaties.

43. Onboarding automatiseren

Intune kan onderdeel zijn van een geautomatiseerd onboardingproces.

Een nieuwe medewerker ontvangt bijvoorbeeld:

Nieuw apparaat

Automatische provisioning

Bedrijfsconfiguratie

Security

Applicaties

Toegang

Hiermee wordt onboarding sneller en consistenter.

44. Offboarding standaardiseren

Ook het einde van de device lifecycle moet worden beheerd.

Bij offboarding kan bijvoorbeeld nodig zijn:

  • toegang verwijderen;
  • bedrijfsdata verwijderen;
  • device retire;
  • device wipe;
  • opnieuw provisionen;
  • device record opschonen.

Een volwassen Intune-omgeving beheert dus niet alleen onboarding maar de volledige lifecycle.

Waar wordt Intune in de praktijk het meest voor gebruikt?

Voor veel organisaties zijn de belangrijkste toepassingen:

  1. Windows endpointmanagement;
  2. Windows Autopilot;
  3. applicatiedistributie;
  4. endpoint security;
  5. compliance;
  6. Conditional Access-integratie;
  7. Windows Update Management;
  8. BYOD en App Protection;
  9. mobile device management;
  10. remote beheer.

Welke hiervan het belangrijkst zijn, hangt af van de organisatie.

Is Intune vooral een securityproduct?

Niet uitsluitend.

Intune is primair een endpointmanagementplatform, maar security is sterk verweven met het beheer.

Het platform helpt namelijk niet alleen bepalen:

hoe een apparaat is geconfigureerd

maar ook:

of het apparaat voldoet aan securityvoorwaarden.

Daarom ligt Intune op het snijvlak van:

IT Operations + Endpoint Management + Security + Identity

Is Intune alleen nuttig voor grote bedrijven?

Nee.

Ook kleinere organisaties kunnen profiteren van Intune.

Stel dat een bedrijf 40 medewerkers heeft.

Iedere laptop handmatig installeren en onderhouden kost veel tijd.

Wanneer standaardtaken worden geautomatiseerd, kan een kleine IT-organisatie efficiënter werken.

Voor het MKB kan eenvoud echter belangrijker zijn dan maximale configuratiediepte.

Wanneer levert Intune de meeste waarde?

Intune levert vooral waarde wanneer het repetitief handmatig werk vervangt en securitystandaarden consistent afdwingt.

Bijvoorbeeld:

Voorheen

IT configureert 100 laptops handmatig.

Met Intune

IT configureert de policy één keer en wijst deze gecontroleerd toe.

Dat is het schaalvoordeel van centraal endpointmanagement.

Wat moet je niet met Intune doen?

Een veelgemaakte fout is denken:

“Intune heeft 10.000 instellingen, dus laten we zoveel mogelijk configureren.”

Dat is geen goed endpointmanagement.

Meer policies betekent niet automatisch beter beheer.

Te veel configuraties kunnen leiden tot:

  • policy conflicts;
  • onduidelijke assignments;
  • ingewikkelde troubleshooting;
  • slechte documentatie;
  • onnodige uitzonderingen.

De beste Intune-omgeving is niet degene met de meeste policies.

Het is degene waarin iedere belangrijke policy een duidelijk doel heeft.

Hoe weet je welke Intune-functies jouw organisatie nodig heeft?

Begin niet met de technologie.

Begin met de bedrijfsrequirements.

Vraag bijvoorbeeld:

  1. Welke apparaten hebben we?
  2. Wie is eigenaar van die apparaten?
  3. Waar werken medewerkers?
  4. Welke bedrijfsdata wordt verwerkt?
  5. Welke applicaties zijn noodzakelijk?
  6. Welke securityrisico’s bestaan?
  7. Welke configuraties worden nu handmatig uitgevoerd?
  8. Welke problemen krijgt de servicedesk regelmatig?
  9. Hoe worden nieuwe apparaten ingericht?
  10. Hoe worden oude apparaten verwijderd?
  11. Welke compliance-eisen gelden?
  12. Welke Microsoft 365-resources moeten beschermd worden?

Daarna kun je bepalen welke Intune-functionaliteiten daadwerkelijk waarde leveren.

Voorbeeld: Intune bij een organisatie met 100 medewerkers

Stel dat een organisatie 100 medewerkers heeft.

Iedere medewerker krijgt een Windows 11-laptop.

De organisatie gebruikt:

  • Microsoft 365;
  • Teams;
  • SharePoint;
  • OneDrive;
  • enkele bedrijfsapplicaties.

Een mogelijke Intune-inrichting kan bestaan uit:

Windows Autopilot

voor provisioning.

Configuration Profiles

voor Windows-configuratie.

BitLocker

voor disk encryption.

Microsoft Defender

voor endpoint protection.

Applicatiedeployment

voor bedrijfssoftware.

Windows Update rings

voor patching.

Compliance Policies

voor device health.

Conditional Access

voor toegang tot Microsoft 365.

Remediations

voor terugkerende configuratieproblemen.

Daarmee ondersteunt Intune vrijwel de volledige operationele lifecycle van de Windows-werkplek.

Wanneer wordt Intune complex?

Intune wordt complex wanneer verschillende onderdelen zonder duidelijke architectuur worden toegevoegd.

Bijvoorbeeld:

  • tientallen administrators;
  • honderden policies;
  • veel uitzonderingen;
  • overlappende groepen;
  • oude configuraties;
  • verschillende enrollmentmethoden;
  • meerdere platformen;
  • onduidelijke naming conventions;
  • geen documentatie.

Daarom is governance net zo belangrijk als technische configuratie.

Intune moet een systeem zijn, geen verzameling policies

Een volwassen Intune-omgeving heeft samenhang tussen:

Identity

Enrollment

Configuration

Applications

Security

Compliance

Access

Monitoring

Lifecycle

Wanneer deze onderdelen onafhankelijk van elkaar worden ingericht, ontstaan vaak problemen.

Samenvatting

Microsoft Intune wordt gebruikt om endpoints, applicaties en bedrijfsgegevens centraal te beheren en beveiligen.

Organisaties gebruiken Intune onder andere voor:

  • Windows-management;
  • Windows Autopilot;
  • applicatiedistributie;
  • BitLocker;
  • Microsoft Defender;
  • Windows Updates;
  • compliance;
  • Conditional Access;
  • BYOD;
  • iPhone- en Android-management;
  • macOS-management;
  • remote beheer;
  • PowerShell;
  • Remediations;
  • endpoint lifecycle management.

De grootste waarde ontstaat wanneer Intune handmatig endpointbeheer vervangt door een gestandaardiseerde, geautomatiseerde en controleerbare beheerarchitectuur.

Intune moet daarom niet worden gezien als simpelweg een verzameling policies.

Het is een platform waarmee organisaties hun volledige endpointmanagementproces kunnen structureren.


Welke Intune-mogelijkheden zijn relevant voor jouw organisatie?

Je hoeft niet iedere functie van Microsoft Intune te implementeren. De juiste inrichting hangt af van je apparaten, gebruikers, securityrequirements, Microsoft 365-omgeving en huidige beheerproblemen.

Heb je een concrete vraag over bijvoorbeeld Autopilot, compliance, applicaties, Windows-beheer, BYOD of endpoint security?

Stel je Microsoft Intune-vraag aan EndpointPilot.


Heb je Intune al, maar werkt het beheer niet zoals verwacht?

Worden policies niet toegepast, mislukken applicaties, blijven apparaten non-compliant of kost Intune-beheer meer tijd dan verwacht?

EndpointPilot helpt de oorzaak te vinden in bijvoorbeeld enrollment, assignments, policies, applicaties, compliance of deviceconfiguratie.

Laat EndpointPilot je Microsoft Intune-probleem onderzoeken.

EndpointPilot

Contact

© 2026 EndPointPilot. All rights reserved. Ontworpen door Ben Kemp.

Ontdek meer van EndpointPilot

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder

Ontdek meer van EndpointPilot

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder