Met Microsoft Intune kun je computers, smartphones, tablets, applicaties en bedrijfsgegevens centraal beheren en beveiligen. Intune wordt gebruikt om apparaten automatisch te configureren, software te installeren, security policies toe te passen, compliance te controleren, Windows Updates te beheren en voorwaarden te stellen aan toegang tot Microsoft 365 en andere bedrijfsresources.
Intune is vooral interessant voor organisaties die hun endpointbeheer willen standaardiseren en minder afhankelijk willen zijn van handmatige configuratie.
Kort gezegd kun je met Intune:
- apparaten registreren en beheren;
- nieuwe laptops automatisch provisionen;
- applicaties installeren;
- Windows-instellingen configureren;
- BitLocker beheren;
- Microsoft Defender configureren;
- Windows Firewall beheren;
- Windows Updates sturen;
- compliance controleren;
- Conditional Access ondersteunen;
- iPhones en Android-apparaten beheren;
- Macs beheren;
- BYOD beschermen;
- PowerShell-scripts uitvoeren;
- terugkerende problemen automatisch herstellen;
- remote beheeracties uitvoeren;
- endpointstatus rapporteren.
1. Windows-laptops centraal beheren
Een van de belangrijkste toepassingen van Microsoft Intune is Windows-management.
In plaats van iedere laptop afzonderlijk te configureren, kan IT centraal beleid definiëren.
Bijvoorbeeld:
Alle zakelijke Windows-laptops
↓
BitLocker verplicht
↓
Microsoft Defender actief
↓
Windows Firewall actief
↓
OneDrive geconfigureerd
↓
Microsoft Edge-configuratie
↓
Windows Update-policy
Hierdoor worden endpoints consistenter beheerd.
2. Nieuwe laptops automatisch inrichten
Intune wordt vaak gecombineerd met Windows Autopilot.
Daarmee kan een nieuwe laptop grotendeels automatisch worden ingericht.
Een mogelijke flow:
Nieuwe laptop
↓
Windows Autopilot
↓
Gebruiker meldt zich aan
↓
Microsoft Entra Join
↓
Intune Enrollment
↓
Policies
↓
Security
↓
Applicaties
↓
Werkplek gereed
Hierdoor hoeft IT niet iedere laptop volledig handmatig voor te bereiden.
3. Applicaties automatisch installeren
Met Intune kun je applicaties centraal distribueren.
Voor Windows kan dit bijvoorbeeld gaan om:
- Microsoft 365 Apps;
- Teams;
- Microsoft Edge;
- VPN-software;
- PDF-software;
- securitysoftware;
- bedrijfsapplicaties;
- Win32-applicaties.
Applicaties kunnen verplicht worden geïnstalleerd of optioneel beschikbaar worden gemaakt.
4. Software via Company Portal aanbieden
Niet iedere applicatie hoeft standaard op ieder apparaat te staan.
Sommige software kan via Company Portal beschikbaar worden gemaakt.
De gebruiker kan dan zelf een goedgekeurde applicatie installeren.
Dat kan bijvoorbeeld nuttig zijn voor:
- Visio;
- Project;
- specialistische tools;
- afdelingssoftware.
Hiermee verminder je onnodige software-installaties en servicedesktickets.
5. Windows-instellingen centraal configureren
Met Configuration Profiles kun je veel Windows-instellingen centraal beheren.
Bijvoorbeeld:
- browserinstellingen;
- OneDrive;
- security;
- device restrictions;
- accounts;
- netwerk;
- privacy;
- certificates;
- Wi-Fi;
- VPN.
IT bepaalt centraal wat de gewenste configuratie is.
6. Settings Catalog gebruiken
De Settings Catalog bevat veel configureerbare instellingen voor ondersteunde platformen.
Hiermee kan een beheerder gericht policies bouwen.
Een belangrijke best practice is:
configureer alleen wat je bewust wilt beheren.
Meer policies betekent niet automatisch beter beheer.
Te veel instellingen kunnen juist leiden tot:
- policy conflicts;
- onduidelijke ownership;
- ingewikkelde troubleshooting;
- technische schuld.
7. BitLocker beheren
Met Intune kun je BitLocker-configuraties centraal beheren op ondersteunde Windows-apparaten.
BitLocker helpt gegevens op de schijf te beschermen.
Dat is vooral relevant bij:
- gestolen laptops;
- verloren laptops;
- apparaten die worden afgevoerd;
- apparaten met gevoelige bedrijfsdata.
Encryptie is daarom een belangrijk onderdeel van endpoint security.
8. Microsoft Defender configureren
Intune kan worden gebruikt om verschillende endpoint security-instellingen te beheren.
Daaronder kunnen bijvoorbeeld vallen:
- Microsoft Defender Antivirus;
- Windows Firewall;
- Attack Surface Reduction;
- disk encryption;
- account protection;
- Endpoint Detection and Response-integraties.
Hiermee kunnen securityinstellingen centraal worden gestandaardiseerd.
9. Windows Firewall beheren
Met Intune kunnen firewallinstellingen centraal worden geconfigureerd.
Bijvoorbeeld:
- firewallprofielen activeren;
- regels toepassen;
- uitzonderingen beheren.
Dit helpt voorkomen dat endpoints allemaal anders geconfigureerd zijn.
10. Security Baselines toepassen
Security Baselines bieden een startpunt voor beveiligingsconfiguratie.
Ze kunnen organisaties helpen om een basisniveau van security in te richten.
Maar een baseline moet niet blind naar alle apparaten worden uitgerold.
Een betere aanpak is:
Beoordelen
↓
Testen
↓
Pilot
↓
Impact controleren
↓
Gefaseerd uitrollen
Security moet altijd aansluiten op de bedrijfsomgeving.
11. Compliance Policies gebruiken
Met Compliance Policies kun je bepalen aan welke voorwaarden apparaten moeten voldoen.
Bijvoorbeeld:
- minimale OS-versie;
- encryptie;
- password requirements;
- device integrity;
- securitystatus.
Intune kan vervolgens bepalen of een apparaat:
Compliant
of:
Non-compliant
is.
12. Conditional Access ondersteunen
Compliance wordt krachtiger wanneer deze wordt gebruikt in combinatie met Microsoft Entra Conditional Access.
Een organisatie kan bijvoorbeeld eisen:
Geldige gebruiker
MFA
Compliant apparaat
=
Toegang tot Microsoft 365
Hiermee wordt device security onderdeel van toegangsbeheer.
13. Zero Trust ondersteunen
Intune is een belangrijke bouwsteen binnen een Zero Trust-architectuur.
Daarbij wordt niet automatisch vertrouwd op het netwerk waarop iemand zich bevindt.
In plaats daarvan worden signalen beoordeeld zoals:
- wie is de gebruiker?
- welk apparaat wordt gebruikt?
- is het apparaat beheerd?
- is het compliant?
- welke applicatie wordt geopend?
- welke authenticatie is gebruikt?
Intune levert vooral device- en compliancecontext.
14. Windows Updates beheren
Met Intune kun je Windows Update-beleid configureren.
Bijvoorbeeld:
- update rings;
- deadlines;
- restartgedrag;
- feature update planning.
Een organisatie kan werken met verschillende ringen:
IT
↓
Pilot
↓
Early Production
↓
Broad Production
Nieuwe updates worden dan gefaseerd uitgerold.
15. Windows-versies beheersen
Intune kan onderdeel zijn van lifecycle management voor Windows.
Het doel is voorkomen dat apparaten jarenlang op verouderde versies blijven draaien.
Dat helpt bij:
- security;
- support;
- compatibility;
- standaardisatie.
16. Windows Hello for Business implementeren
Windows Hello for Business ondersteunt moderne authenticatie op Windows-apparaten.
Intune kan worden gebruikt om relevante instellingen te configureren.
Gebruikers kunnen afhankelijk van de omgeving bijvoorbeeld werken met:
- PIN;
- biometrie;
- cryptografisch beschermde credentials.
Dit past binnen een bredere passwordless-strategie.
17. Lokale administratorrechten beperken
Intune kan onderdeel zijn van een least-privilege-strategie.
Permanent lokale administratorrechten geven aan eindgebruikers vergroot het securityrisico.
Een beter model is:
standaardrechten voor normaal werk
extra rechten alleen wanneer noodzakelijk
Hiermee beperk je de impact van malware en misbruik.
18. Windows LAPS gebruiken
Windows LAPS helpt bij het veilig beheren van lokale administratorwachtwoorden.
In plaats van hetzelfde lokale wachtwoord op meerdere apparaten te gebruiken, kunnen unieke wachtwoorden worden gebruikt en geroteerd.
Dat verkleint laterale securityrisico’s.
19. Endpoint Privilege Management gebruiken
Microsoft Intune Endpoint Privilege Management kan organisaties helpen om gebruikers tijdelijk verhoogde rechten te geven voor specifieke taken.
Dat is een alternatief voor permanente lokale administratorrechten.
Dit is vooral relevant voor organisaties die least privilege serieus willen implementeren.
20. iPhones beheren
Met Intune kun je iPhones beheren.
Bijvoorbeeld:
- enrollment;
- configuration;
- apps;
- compliance;
- Wi-Fi;
- VPN;
- certificates;
- restrictions.
Voor zakelijke Apple-apparaten kan Apple Business Manager onderdeel zijn van de deploymentstrategie.
21. iPads beheren
Ook iPads kunnen via Intune worden beheerd.
Dit kan relevant zijn voor bijvoorbeeld:
- logistiek;
- retail;
- zorg;
- field service;
- shared-device-scenario’s;
- kiosks.
De juiste configuratie hangt af van hoe het apparaat wordt gebruikt.
22. Android-apparaten beheren
Intune ondersteunt verschillende Android Enterprise-managementmodellen.
Bijvoorbeeld:
- Work Profile;
- Corporate-Owned Work Profile;
- Fully Managed;
- Dedicated Device.
Hierdoor kunnen zakelijke en persoonlijke Android-apparaten verschillend worden behandeld.
23. Macs beheren
macOS kan eveneens met Intune worden beheerd.
Mogelijkheden kunnen onder andere zijn:
- enrollment;
- configuration profiles;
- FileVault;
- applications;
- compliance;
- certificates;
- scripts;
- securitysettings.
Mac-management vereist wel een platform-specifieke aanpak.
24. BYOD beveiligen
BYOD betekent dat medewerkers hun eigen apparaten gebruiken voor werk.
Bijvoorbeeld een privé-iPhone voor Outlook en Teams.
De organisatie wil dan bedrijfsdata beschermen zonder noodzakelijk het volledige persoonlijke apparaat te beheren.
Daarvoor kan Intune verschillende managementmodellen ondersteunen.
25. App Protection Policies toepassen
App Protection Policies richten zich op bedrijfsdata binnen ondersteunde applicaties.
Je kunt bijvoorbeeld regels toepassen rond:
- copy/paste;
- opslaan;
- openen in andere apps;
- data transfer;
- app-PIN;
- selective wipe.
Dit is vooral nuttig voor BYOD.
26. Bedrijfsdata selectief verwijderen
Wanneer een medewerker uit dienst gaat, moet zakelijke data worden verwijderd.
Bij geschikte App Protection-scenario’s kan zakelijke data uit beheerde apps worden verwijderd zonder het hele privéapparaat te wissen.
Dat is belangrijk voor privacy en databeveiliging.
27. Wi-Fi configureren
Met Intune kun je Wi-Fi-profielen distribueren.
Gebruikers hoeven dan niet zelf ingewikkelde netwerkparameters in te voeren.
Dat vermindert configuratiefouten.
28. VPN-profielen uitrollen
Ook VPN-configuraties kunnen via Intune worden uitgerold.
Dit kan relevant zijn voor medewerkers die externe toegang nodig hebben tot interne bedrijfsresources.
29. Certificaten distribueren
Certificaten kunnen worden gebruikt voor:
- Wi-Fi-authenticatie;
- VPN;
- applicaties;
- identity.
Intune kan onderdeel zijn van de distributie hiervan.
Certificaatmanagement vereist vaak aanvullende PKI-componenten en een goed ontwerp.
30. PowerShell-scripts uitvoeren
Op ondersteunde Windows-apparaten kunnen PowerShell-scripts via Intune worden ingezet.
Bijvoorbeeld voor:
- custom configuration;
- automatisering;
- detectie;
- troubleshooting;
- tijdelijke migratietaken.
Scripts moeten zorgvuldig worden getest.
Een fout script dat breed wordt toegewezen kan veel apparaten beïnvloeden.
31. Remediations gebruiken
Remediations kunnen bepaalde configuraties periodiek controleren.
Een eenvoudige flow:
Detectie
↓
Probleem gevonden?
↓
Ja
↓
Automatisch herstel
↓
Nieuwe controle
Dit is nuttig voor terugkerende configuratieproblemen.
32. Apparaten op afstand synchroniseren
Een beheerder kan afhankelijk van het platform bepaalde remote actions uitvoeren.
Een bekende actie is Sync.
Daarmee vraag je een apparaat om opnieuw contact te maken met Intune.
Dit kan nuttig zijn tijdens testing en troubleshooting.
33. Apparaten op afstand wissen
Voor geschikte beheerde apparaten kan een wipe worden uitgevoerd.
Dit kan relevant zijn bij:
- verlies;
- diefstal;
- hergebruik;
- offboarding.
Een wipe is destructief en moet daarom goed worden beveiligd met rollen en procedures.
34. Apparaten retiren
Retire is in veel scenario’s minder ingrijpend dan een volledige wipe.
Het doel kan bijvoorbeeld zijn om bedrijfsmanagement en bedrijfsdata te verwijderen terwijl persoonlijke data behouden blijft.
Wat precies mogelijk is, hangt af van platform en enrollmenttype.
35. Diagnostische informatie verzamelen
Voor bepaalde Windows-scenario’s kunnen diagnostische gegevens worden verzameld.
Dit kan beheerders helpen bij troubleshooting wanneer een apparaat zich niet gedraagt zoals verwacht.
36. Device inventory gebruiken
Intune geeft informatie over beheerde apparaten.
Bijvoorbeeld:
- apparaatnaam;
- gebruiker;
- platform;
- OS-versie;
- ownership;
- compliance;
- managementstatus.
Deze informatie is belangrijk voor endpoint lifecycle management.
37. Stale devices opsporen
Na verloop van tijd kunnen oude device records ontstaan.
Bijvoorbeeld door:
- vervangen laptops;
- ex-medewerkers;
- testdevices;
- mislukte enrollment;
- oude mobiele apparaten.
Periodieke cleanup voorkomt dat de tenant vervuilt.
38. Applicatiestatus monitoren
Intune kan rapporteren of applicaties bijvoorbeeld:
- succesvol zijn geïnstalleerd;
- pending zijn;
- niet van toepassing zijn;
- zijn mislukt.
Dat is belangrijk voor operationeel beheer.
39. Policy deployment monitoren
Het is niet genoeg om een policy te maken.
Je moet ook controleren of die policy daadwerkelijk wordt toegepast.
Mogelijke statussen zijn bijvoorbeeld:
- success;
- error;
- conflict;
- pending;
- not applicable.
Deze informatie helpt bij troubleshooting.
40. Pilotgroepen gebruiken
Nieuwe policies moeten idealiter niet direct naar alle gebruikers.
Een veilige aanpak is bijvoorbeeld:
IT Test
↓
Pilot
↓
Early Adopters
↓
Production
Dit beperkt de impact van fouten.
41. Verschillende apparaten verschillend behandelen
Niet ieder apparaat heeft dezelfde functie.
Je kunt bijvoorbeeld verschillende configuraties gebruiken voor:
- standaard laptops;
- developers;
- shared devices;
- kiosks;
- executives;
- field service.
Intune assignments helpen hierbij.
42. Assignment Filters gebruiken
Filters kunnen assignments verder verfijnen op basis van apparaatkenmerken.
Dat kan nuttig zijn wanneer groepen alleen niet voldoende zijn.
Maar gebruik filters bewust.
Te veel complexe filters maken troubleshooting moeilijker.
43. Kioskapparaten beheren
Intune kan ook worden gebruikt voor bepaalde kiosk- en dedicated-device-scenario’s.
Bijvoorbeeld:
- receptieterminals;
- magazijntablets;
- winkeldevices;
- informatiedisplays.
Deze apparaten hebben vaak beperkte functionaliteit nodig.
44. Shared devices beheren
Niet ieder apparaat heeft één vaste gebruiker.
Intune ondersteunt verschillende scenario’s waarin apparaten gedeeld worden.
Dit kan relevant zijn voor:
- onderwijs;
- retail;
- productie;
- logistiek;
- zorg.
Shared-device-management vereist andere instellingen dan persoonlijke laptops.
45. Group Policies moderniseren
Organisaties die nog Active Directory gebruiken hebben vaak veel Group Policies.
Bij een migratie naar modern management kunnen veel van deze instellingen via Intune worden herontworpen.
De beste aanpak is niet:
GPO kopiëren naar Intune
maar:
GPO beoordelen
↓
Is de instelling nog nodig?
↓
Is er een moderne equivalent?
↓
Opnieuw ontwerpen
↓
Testen
↓
Migreren
Dit voorkomt dat oude technische schuld wordt meegenomen naar de cloud.
46. Cloud-native Windows management bouwen
Intune kan samen met Microsoft Entra ID worden gebruikt voor cloud-native Windows-management.
Een mogelijke architectuur:
Microsoft Entra Join
Windows Autopilot
Microsoft Intune
Microsoft Defender
Conditional Access
Hiermee kan Windows-management veel minder afhankelijk worden van traditionele on-premises infrastructuur.
47. Thuiswerkers beheren
Een belangrijk voordeel van Intune is dat apparaten niet voortdurend op kantoor hoeven te zijn.
Een thuiswerkende laptop kan bijvoorbeeld:
- nieuwe policies ontvangen;
- apps installeren;
- compliance rapporteren;
- securitysettings ontvangen;
- updates verwerken.
Dat past goed bij hybride werk.
48. Onboarding automatiseren
Een nieuwe medewerker kan een grotendeels automatisch ingerichte werkplek ontvangen.
Bijvoorbeeld:
HR maakt account
↓
Gebruiker krijgt laptop
↓
Autopilot
↓
Entra Join
↓
Intune Enrollment
↓
Apps
↓
Security
↓
Gebruiker kan werken
Dit vermindert handmatige IT-taken.
49. Offboarding standaardiseren
Intune kan ook onderdeel zijn van het offboardingproces.
Bijvoorbeeld:
- accounttoegang intrekken;
- device retire;
- device wipe;
- bedrijfsdata verwijderen;
- apparaat opnieuw provisionen;
- oude records opruimen.
Een volwassen endpointstrategie omvat de volledige lifecycle.
50. Intune gebruiken voor governance
Intune is niet alleen techniek.
Een beheeromgeving heeft ook governance nodig.
Daaronder vallen bijvoorbeeld:
- naming conventions;
- rollen en rechten;
- change management;
- pilotprocessen;
- documentatie;
- cleanup;
- uitzonderingen;
- ownership.
Zonder governance wordt een Intune-tenant op termijn moeilijk beheerbaar.
51. Intune gebruiken voor rapportage
Beheerders kunnen Intune-rapportages gebruiken om beter inzicht te krijgen in:
- device status;
- compliance;
- applicaties;
- policies;
- security;
- enrollment.
Rapportages zijn belangrijk om te bepalen of de gewenste configuratie ook werkelijk wordt bereikt.
52. Troubleshooting centraliseren
Intune geeft beheerders een centrale plek om veel endpointproblemen te analyseren.
Bijvoorbeeld:
- policy errors;
- app deployment failures;
- enrollmentproblemen;
- complianceproblemen;
- synchronisatieproblemen.
De root cause kan echter op meerdere lagen liggen.
Daarom blijft een gestructureerde troubleshootingaanpak noodzakelijk.
Kun je met Intune traditionele IT-beheertaken automatiseren?
Ja.
Dat is één van de grootste voordelen.
Taken die vroeger handmatig per apparaat werden uitgevoerd kunnen vaak centraal worden geautomatiseerd.
Bijvoorbeeld:
Handmatig
IT installeert software op 100 laptops.
Met Intune
IT maakt één applicatiedeployment en wijst deze toe.
Hetzelfde principe geldt voor:
- securitysettings;
- browserconfiguratie;
- encryptie;
- updates;
- Wi-Fi;
- compliance.
Kun je alles automatiseren met Intune?
Nee.
Intune automatiseert veel technische processen, maar de organisatie moet nog steeds besluiten:
- welke apparaten worden beheerd;
- welke securityregels gelden;
- welke apps verplicht zijn;
- wat compliant betekent;
- welke uitzonderingen toegestaan zijn;
- welke gebruikers pilotgebruikers zijn.
Dat zijn architectuur- en governancekeuzes.
Wat kan Intune niet?
Intune is krachtig, maar niet bedoeld als vervanging voor ieder IT-managementproduct.
Je kunt aanvullende oplossingen nodig hebben voor bijvoorbeeld:
- servermanagement;
- netwerkmanagement;
- backups;
- SIEM;
- gespecialiseerde vulnerability management;
- geavanceerde monitoring;
- specifieke Apple- of Linux-beheerbehoeften.
Het doel moet zijn Intune op de juiste plaats in de IT-architectuur te gebruiken.
Wanneer is Intune vooral interessant?
Intune wordt vooral interessant wanneer een organisatie merkt dat endpointbeheer te handmatig of inconsistent wordt.
Signalen zijn bijvoorbeeld:
- nieuwe laptops kosten veel installatietijd;
- securitysettings verschillen per apparaat;
- software wordt handmatig geïnstalleerd;
- thuiswerkers zijn moeilijk te beheren;
- BYOD is nauwelijks gereguleerd;
- updates worden niet gecontroleerd;
- er is weinig inzicht in compliance;
- apparaten blijven jarenlang in de tenant staan;
- policies zijn onduidelijk geworden.
In zulke omgevingen kan Intune veel standaardisatie brengen.
Welke Intune-functies moet je als eerste implementeren?
Niet alles tegelijk.
Een logische basis voor veel Windows-organisaties is bijvoorbeeld:
1. Identity en device ownership
↓
2. Enrollment
↓
3. Baseline configuration
↓
4. Endpoint security
↓
5. Applicaties
↓
6. Windows Update
↓
7. Compliance
↓
8. Conditional Access
↓
9. Monitoring
↓
10. Governance
De exacte volgorde hangt af van de omgeving.
Wil je Intune inzetten maar weet je niet waar te beginnen?
Het is meestal niet nodig om meteen iedere Intune-functie te implementeren. De juiste aanpak hangt af van je apparaten, gebruikers, securityeisen, bestaande infrastructuur en Microsoft 365-omgeving.
EndpointPilot kan helpen bepalen welke onderdelen eerst ingericht moeten worden en hoe deze samen één beheersbare endpointarchitectuur vormen.
Bespreek je Intune-implementatievraag met EndpointPilot.
Hoe voorkom je dat Intune te complex wordt?
Gebruik eenvoud als architectuurprincipe.
Een gezonde omgeving heeft:
- duidelijke groepen;
- duidelijke assignments;
- begrijpelijke policy-namen;
- beperkte overlap;
- test- en pilotgroepen;
- documentatie;
- periodieke cleanup;
- duidelijke ownership.
Vermijd waar mogelijk:
- tientallen uitzonderingsgroepen;
- meerdere policies voor dezelfde instelling;
- oude testprofielen;
- onbekende assignments;
- policies zonder eigenaar.
Meer policies is niet hetzelfde als beter beheer
Dit is een belangrijk Intune-principe.
Het admin center bevat enorm veel mogelijkheden.
Dat betekent niet dat je alles moet activeren.
Een goede Intune-omgeving is niet degene met de meeste policies.
Een goede omgeving is degene waarin iedere belangrijke policy:
- een duidelijk doel heeft;
- een eigenaar heeft;
- getest is;
- correct is toegewezen;
- gemonitord wordt;
- gedocumenteerd is.
Voorbeeld: Intune bij 250 medewerkers
Stel dat een bedrijf 250 medewerkers heeft.
Iedereen gebruikt een Windows-laptop.
Daarnaast zijn er:
- 100 zakelijke iPhones;
- 50 privételefoons;
- 20 iPads;
- enkele Macs.
Een mogelijke Intune-strategie kan zijn:
Windows
Autopilot + full device management.
Zakelijke iPhones
Automated Device Enrollment.
Privételefoons
App Protection Policies.
iPads
Corporate device management.
Macs
macOS enrollment en platform-specifieke policies.
Alle apparaten worden vervolgens opgenomen in een bredere security- en accessstrategie.
Dit laat zien dat Intune meerdere managementmodellen binnen één organisatie kan combineren.
Samenvatting
Met Microsoft Intune kun je veel onderdelen van endpointmanagement centraal organiseren.
De belangrijkste mogelijkheden zijn:
- Windows-management;
- Windows Autopilot;
- applicatiedistributie;
- Company Portal;
- configuration profiles;
- BitLocker;
- Microsoft Defender;
- Windows Firewall;
- Security Baselines;
- Windows Updates;
- compliance;
- Conditional Access-integratie;
- iOS- en Android-management;
- macOS-management;
- BYOD;
- App Protection Policies;
- Wi-Fi;
- VPN;
- certificaten;
- PowerShell;
- Remediations;
- remote actions;
- rapportage;
- lifecycle management.
De grootste waarde van Intune ontstaat wanneer deze functies niet als losse onderdelen worden gebruikt, maar als één samenhangende endpointmanagementarchitectuur.
Welke Intune-mogelijkheden wil je binnen jouw organisatie gebruiken?
Wil je bijvoorbeeld Windows Autopilot invoeren, laptops standaardiseren, BitLocker centraal beheren, applicaties automatisch installeren of compliance en Conditional Access gaan gebruiken?
Stel je Microsoft Intune-vraag aan EndpointPilot.
Daarmee kun je eerst bepalen welke Intune-functies werkelijk relevant zijn voordat je tientallen policies gaat configureren.
Microsoft Intune professioneel laten inrichten?
Als je weet wat je met Intune wilt bereiken maar hulp nodig hebt bij het ontwerpen en configureren van de omgeving, kan EndpointPilot helpen met de inrichting van een veilige en beheersbare Microsoft Intune-omgeving.
Van enrollment en Autopilot tot security, applicaties, compliance en Windows Update Management.
Bekijk de Microsoft Intune Implementatie-service van EndpointPilot.